Leerprincipes
Honden kennis centrum

HondenKennisCentrum.nl

De informatieve website over honden waar het dierenwelzijn op de eerste plaats staat.

De artikelen zijn gebaseerd op de nieuwste wetenschappelijke inzichten.

DierDier

Overschrijven kan ook >>>

Zonder giften kan deze website niet worden onderhouden.


Het delen van links op sociale media of websites wordt erg op prijs gesteld.

Leerprincipes, hoe honden leren

Volg Honden Kennis Centrum

Sociale taal

Honden zijn ingesteld om te communiceren via lichaamstaal (non- verbaal) en geur. De verbale taal die mensen spreken kennen zij niet, hele volzinnen verstaan zij dus niet. Wel kunnen ze aan de toon waarop iets gezegd wordt onze stemming inschatten. Het is wel mogelijk om honden woorden aan te leren, bijvoorbeeld woorden die bij commando’s gegeven worden of het benoemen van voorwerpen.

Associatie leren

Voor een groot deel leert een hond via associaties, via het ontdekken van koppelingen of samenhangende gebeurtenissen. Om te leren via associatie moet een hond prikkels krijgen. Prikkels zijn plotselinge veranderingen in de omgeving van de hond (zoals geur, zicht, gehoor, smaak), maar ook veranderingen van binnenuit zijn prikkels die zijn gedrag kunnen beïnvloeden (zoals pijn, angst, hormonen, vreugde, verdriet). Ook de context (situatie, plaats, sfeer e.d.) is van belang op het gedrag van de hond. Wanneer een hond bepaalde commando’s op het trainingsveld goed beheerst, wil dat niet zeggen dat hij ze in een andere omgeving ook goed uitvoert. De hond leert te anticiperen door herhaling van prikkels (bepaalde handelingen in bepaalde situaties) met telkens hetzelfde gevolg. Zo zal een hond die regelmatig iets toegeschoven wordt tijdens de maaltijd gaan bedelen als mensen aan het eten zijn. Maar een hond gaat ook op commando zitten omdat hij een brokje kan verwachten. Er zijn 2 vormen van associatie leren, namelijk: klassieke conditionering en operante conditionering.


Klassieke conditionering:

(Dit wordt ook wel respondente conditionering genoemd)

De hond leert een verband te leggen tussen een oorspronkelijke neutrale prikkel en het gevolg daarop. De 2 prikkels krijgen dezelfde waarde. Dit leerprincipe is ontwikkeld door de Russische fysioloog Ivan Pavlov.


De proef met de hond van Pavlov:
Honden beginnen te kwijlen als er voedsel wordt aangeboden. Pavlov gaf telkens voor het voeren een signaal met een bel. Oorspronkelijk kwijlde de hond niet bij het horen van de bel. Op een gegeven moment begon de hond al te kwijlen bij het horen van de bel zonder dat de hond al voer had gekregen. De hond had dus de link gelegd tussen de bel en het voeren. De 2 prikkels (de bel en het krijgen van voer) hadden voor de hond dezelfde waarde gekregen.


Operante conditionering:
(Dit wordt ook wel instrumentale conditionering genoemd.)
De hond leert een verband te leggen tussen zijn eigen gedrag en het gevolg van het gedrag. Als voorbeeld: een hond die bij toeval de vuilnisemmer omgooit en daar wat lekkers in vindt, zal proberen vaker de vuilnisemmer om te gooien. Dit leerprincipe werd ontwikkeld door Amerikaanse psycholoog Burrhus Frederic Skinner.


Skinnerbox:

De box was een eenvoudig kistje waarin zich een hefboompje bevond. Hierin experimenteerde Skinner met verschillende dieren, zoals ratten en duiven. Als een dier op het hefboompje drukte, kwam er voedsel tevoorschijn. In eerste instantie wist het dier natuurlijk niet dat het voedsel kreeg door op het hefboompje te drukken en verrichtte allerlei verschillende activiteiten. Min of meer bij toeval drukte het dier op het hefboompje en kwam er voedsel tevoorschijn. Na verschillende keren bij toeval op het hefboompje te hebben gedrukt, legde het dier de link tussen het hefboompje en het krijgen van voedsel. Het gevolg was dat de frequentie van het drukken op het hefboompje toenam.
Op deze manier werkt hondentraining ook. De hond toont gedrag dat je graag ziet en wordt daarvoor beloont. Dit gedrag kan door toeval getoond worden of door iemand uitgelokt zijn. Wanneer een hond merkt dat bepaald gedrag (bijvoorbeeld zitten) regelmatig beloond wordt, zal hij het vaker uitvoeren.


Bekrachtigers of correcties.

Om te leren moeten de prikkels die de honden krijgen een plek krijgen. Voor een pup zijn alle prikkels die hij krijgt nieuw, hij moet dus leren hoe daar mee om te gaan. De kans dat een bepaalde reactie op een prikkel zich de volgende keer zal herhalen, is groter als het de hond een goed gevoel oplevert. Het gedrag zal zich niet zo snel herhalen als het een slecht gevolg heeft of helemaal geen gevolg heeft.


Men spreekt van een bekrachtiger als de prikkel ervoor kan zorgen dat de bereidheid om het gedrag te herhalen zal toenemen.

Men spreekt van een correctie als de bereidheid om het gedrag in de toekomst te herhalen zal afnemen.


Bekrachtigers en correcties zijn weer onder te verdelen in positief en negatief. Positief en negatief hebben niets te maken of het aangenaam of onaangenaam is voor de hond.

Positief betekent dat er iets wordt toegevoegd of iets wordt gedaan en negatief dat er iets wordt weggelaten of weggenomen.

Dan krijg je:

  • Positieve bekrachtiger
  • Negatieve bekrachtiger
  • Positieve correctie
  • Negatieve correctie


Positieve bekrachtiger:

Als gevolg van een gedrag wordt er iets aan de hond toegediend dat hem een goed gevoel oplevert; dit zorgt ervoor dat de kans groter is dat het gedrag zich herhaalt. Dit moet dan wel volgen direct op een bepaald gedrag; de hond moet de link kunnen leggen tussen zijn gedrag en de prikkel.
Positieve bekrachtigers zijn bijvoorbeeld beloningsbrokjes, voorwerpen zoals ballen of andere speeltjes, aandacht krijgen of gaan spelen met de hond, maar ook het vernielen van meubels kan zelfbelonend gedrag zijn. De clickertraining is gebaseerd op positieve bekrachtiging.


Negatieve bekrachtiger:

Als gevolg van een gedrag wordt een onaangename prikkel weggenomen zodat het hem uiteindelijk toch een goed gevoel oplevert. Dit moet dan wel volgen direct op een bepaald gedrag, de hond moet de link kunnen leggen tussen zijn gedrag en het wegnemen van de prikkel. Voorbeelden van negatieve bekrachtigers zijn: Wegvluchten van andere honden als de hond een dreigende houding heeft getoond, maar ook het zelf wegvluchten van waar de hond bang voor is, is een negatieve bekrachtiger.

Positieve correctie:

Als gevolg van een gedrag wordt de hond een prikkel toegediend dat hem een onaangenaam gevoel oplevert; dit zorgt ervoor dat de kans kleiner wordt dat het gedrag zich herhaalt. Dit kan een pijnprikkel zijn door middel van een slipketting, prikhalsband of stroomband. Het kan ook voor de hond een onaangenaam geluid zijn zoals een knal.


Het geven van positieve correcties is nadelig voor het dierenwelzijn en kan het leren belemmeren!
Straf kan zorgen dat de hond zo erg gestrest wordt dat de hond in een soort overlevingsmodes komt en door de hoeveelheid stresshormonen niet meer bewust ergens op kan reageren. De hond reageert dan ook niet meer op prikkels van buitenaf en is dan ook niet voor de eigenaar bereikbaar.
Positieve correcties worden helaas nog teveel gebruikt in de traditionele trainingsmethodes. Men haalt op deze manier wel het ongewenste gedrag weg, maar niet de oorzaak van het gedrag. Dit levert overmatig veel stress op bij de hond; stress belemmert het leren van iets nieuws. Ook is de kans groot dat de stress niet tijdelijk is, uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat de hond ook in soortgelijke situaties (dus ook op het moment dat er geen pijnprikkel wordt toegediend) overmatig gestesst is.
Straf kan ook psychische aandoening veroorzaken, hierover gaat het artikel aangeleerde hulpeloosheid.


Soms ziet de hond de straf niet zoals het bedoeld is. Als voorbeeld: een hond springt tegen de baas op en wordt weggeduwd. Het springen van de hond is een vorm van aandacht vragen. De hond krijgt de aandacht, al is het dan in de vorm van duwen. Dit is dus eigenlijk een onbedoelde positieve bekrachtiger.



Negatieve correctie:

De voor de hond aangename prikkel die het gedrag veroorzaakt wordt weggenomen, zodat het gedrag in de toekomst niet makkelijk zal herhalen. Dit is een  manier om de hond gedrag af te leren. Als voorbeeld weer de hond die tegen de baas opspringt. De baas geeft de hond geen aandacht (kijkt de hond zelfs niet aan), maar draait de rug naar de hond toe en blijft stokstijf staan. Als de hond bij het spelen te ruw wordt, staakt men het spel. Bij een hond die tijdens het wandelen in de lijn bijt, wordt de lijn losgelaten (of ergens aangebonden) en de hond wordt genegeerd.
Wanneer men gedrag negeert stopt het gedrag niet zomaar. Wanneer de hond merkt dat zijn gedrag niet meer hetzelfde gevolg heeft als voorheen, zal de hond proberen aandacht te krijgen door het gedrag nog heftiger uit te voeren om het voor hem gewenste resultaat te proberen te krijgen. Pas wanneer men dat ongewenste gedrag consequent blijft negeren zal de hond op een gegeven moment doorkrijgen dat zijn gedrag geen succes meer heeft en zal het gedrag uitdoven.
Ongewenst gedrag afleren door middel van het alleen te negeren heeft niet altijd het gewenste resultaat, naast het negeren van ongewenst gedrag moet men de hond een alternatief gedrag laten doen. Bijvoorbeeld als een hond tegen je opspringt negeer je het gedrag, maar op dat moment laat je de hond zitten (een hond kan niet tegelijk zitten en springen), het zitten gaat men wel weer belonen.


Belonen.

Met beloning kan men dus het goede gedrag van een hond stimuleren, maar net zo goed kan men onbewust door beloning ongewenst gedrag in stand houden. Zelfbelonend gedrag kan het gedrag van de hond ook in stand houden, denk aan het voorbeeld van de vuilnisemmer waar hij iets lekkers in vond. Wanneer de hond die verlatingsangst heeft alleen is en spullen gaat vernielen, is dat ook zelfbelonend gedrag, het kauwen op spullen geeft hem een aangenaam gevoel, het reduceert stress.


Belangrijk om te weten:

"Het belonen van geoorloofd gedrag blijkt in het algemeen een duurzamer effect te hebben dan het bestraffen van verkeerd gedrag"

Om het goede gedrag te stimuleren kan men op verschillende manieren belonen. De grootste beloning die men kan geven ben je zelf, door hem aandacht te geven of even lekker te gaan spelen (al dan niet met een speeltje), maar meestal wordt er gekozen voor een beloningsbrokje omdat men hiermee redelijk goed kan timen. De juiste timing van belonen is erg belangrijk omdat de hond de relatie dan kan leggen tussen zijn gedrag en de beloning. Dit geldt overigens ook voor bestraffen. Achteraf belonen (of straffen) heeft dus totaal geen zin; de beloning moet zoveel mogelijk gelijktijdig met het gewenste gedrag gegeven worden.

Beloon in eerste instantie alleen maar voor het aanleren van iets nieuws. Bij het aanleren mag men ook bijna goed uitgevoerde oefeningen belonen. Als de hond al weet wat het commando betekent, beloont men alleen de perfect uitgevoerde oefeningen. Belonen voor een goed uitgevoerde oefening die de hond al tot in de puntjes kent, is overbodig; men geeft een volwassene toch ook geen compliment omdat hij zijn veters netjes heeft gestrikt? Onderzoek heeft uitgewezen dat het beter werkt wanneer men niet constant beloont. Kent de hond de oefening al redelijk goed, dan gaat men over tot onregelmatig belonen. De hond zal daarna nog beter zijn best doen om een beloning te verdienen.


Tekst: Martin Reuvekamp

Beheerder: Honden Kennis Centrum


Aanbevolen artikelen:

Zonder de financiële steun van bezoekers had u dit artikel niet kunnen lezen. Uw gift wordt ook erg op prijs gesteld.

U bent waarschijnlijk op dit artikel terecht gekomen omdat u op zoek was naar wat het beste is voor uw hond. Hopelijk bent u met dit artikel geholpen.
Het dierenwelzijn staat op deze website op de eerste plaats. Met deze website wordt geprobeerd om hondenbezitters van eerlijke informatie te voorzien, informatie die niet negatief beïnvloed wordt door commerciële belangen. Het nadeel hiervan is dat deze website geen inkomsten wil ontvangen van adverteerders, omdat de commerciële belangen van adverteerders de inhoud van deze website negatief kunnen beïnvloeden.

Omdat het Honden Kennis Centrum objectief en onafhankelijk wil blijven, is het financieel volledig afhankelijk van giften en donaties. Waardeert u dit artikel? Laat uw waardering dan blijken d.m.v. een financiële bijdrage. Financiële steun is hard nodig om de website te onderhouden, te verbeteren en uit te breiden, zodat nog meer hondenbezitters bereikt kunnen worden en van goede voorlichting voorzien kunnen worden. Hartelijk dank!

© Copyright HondenKennisCentrum.nl.

Delen van dit artikel via één van de deelknoppen mag altijd en wordt ook zeer gewaardeerd. Kopiëren/plakken van de tekst is niet toegestaan en maakt inbreuk op auteursrecht.

WAARDEERT U DE INFORMATIEVE ARTIKELEN OP DEZE HONDENSITE?


Deze website is mogelijk gemaakt door giften en donaties van bezoekers.
Zonder deze financiële steun kan deze website niet bestaan!

Door op één van deze TIKKI€-links te klikken kunt u heel makkelijk een gift doen via iDEAL. Met uw steun kan de website onderhouden, verbeterd en uitgebreid worden.

  OVERSCHRIJVEN KAN OOK: 

Kun je niet doneren via iDEAL, bijvoorbeeld omdat je niet in Nederland woont,

dan kun je een bedrag overmaken op het volgende bankrekeningnummer:


NL20SNSB0933278411

(BIC: SNSB NL 2A)

ten name van M Reuvekamp. Hartelijk dank.

Deze website is volledig afhankelijk van donaties en giften! Waardeer je de artikelen in deze site, laat je waardering blijken d.m.v. een financiële bijdrage.

IK WIL DE WEBSITE STEUNEN
Ik doneer misschien later >