Erfelijkheidsleer
Honden kennis centrum

HondenKennisCentrum.nl

De informatieve website over honden waar het dierenwelzijn op de eerste plaats staat.

De artikelen zijn gebaseerd op de nieuwste wetenschappelijke inzichten.

DierendagDierendag


Zonder giften kan deze website niet worden onderhouden.

Doneren kan op het volgende bankrekeningnummer:

NL20SNSB0933278411

(BIC: SNSB NL 2A)

ten name van M Reuvekamp. Hartelijk dank.


Het delen van links op sociale media of websites wordt erg op prijs gesteld.

Erfelijkheidsleer

Volg Honden Kennis Centrum

Elk dier lijkt in meer of mindere mate op zijn of haar ouders. Blijkbaar wordt er door de ouders iets meegeven waardoor de jongen zich op dezelfde wijze ontwikkelen als hun ouders.


De monnik Johann Gregor Mendel (1822- 1884) deed in de 19e eeuw onderzoek met erwtenplanten en ontdekte bij het kruisen van planten met rode en witte bloemen dat er een aantal wetmatigheden voorkwamen. Deze wetten gelden niet alleen voor erwtenplanten, maar voor alle planten en dieren. Zo ontwikkelde hij de erfelijkheidsleer. Nadat het werk van Mendel jarenlang in de vergetelheid was geraakt, werd er in het begin van de 20e eeuw door anderen onderzoek gedaan waardoor deze wetmatigheden werden herontdekt. Vanaf dat moment gingen deze basiswetten over de erfelijkheid door het leven onder de naam ‘de wetten van Mendel’.


Aangeboren of erfelijk

Deze begrippen worden vaak door elkaar gehaald. Ze zijn allebei bij de geboorte aanwezig, maar vaak komt erfelijke aanleg pas later tot uiting (bijvoorbeeld heupdysplasie). Erfelijke aanleg kan overgedragen worden aan de nakomelingen. Een moedervlek die bij de geboorte aanwezig is, is wel direct zichtbaar maar wordt niet weer overgedragen aan de nakomelingen, dit is dus aangeboren. Ook kunnen dieren afwijkingen krijgen door bijvoorbeeld medicijngebruik van het moederdier, dit is dus geen erfelijke afwijking maar een aangeboren afwijking.


Voortplanting

Honden planten zich voort door middel van geslachtelijke voortplanting, bij de teef scheiden zich bepaalde cellen af, de vrouwelijke geslachtscellen of eicellen, bij de reu zijn dit de zaadcellen. Tijdens de paring worden deze cellen bij elkaar gebracht, dan komt het tot een versmelting van de mannelijke en vrouwelijke geslachtcellen, waaruit een nieuw eencellig organisme ontstaat, die door deling uitgroeit tot een meercellig wezen. Het jong dat uiteindelijk geboren wordt heeft de eigenschappen van de beide ouders overgedragen gekregen.


Genen

Cellen bestaan uit een celwand, die opgebouwd zijn uit eiwitten, die een substantie, het cytoplasma, omgeeft. De celwand kan selectief bepaalde stoffen tot het cytoplasma toelaten. In het cytoplasma bevinden zich een aantal deeltjes waarvan voor de voortplanting de kern het belangrijkste is. De kern is het grootste deeltje in een cel en is omgeven door een eigen wand. In deze kern liggen chromosomen die bestaan uit kernzuren (DNA). De chromosomen bevatten alle informatie die een cel nodig heeft. Iedere eigenschap van het lichaam is vastgelegd op een klein stukje chromosoom, dit stukje heet een gen. De chromosomen (en dus ook de genen) liggen in de lichaamscellen in paren. Van elk gen zijn er dus 2 in elk lichaamscel. Eén chromosoom afkomstig van elk ouderdier. Een hond heeft 39 chromosomenparen, dus 78 chromosomen.


Celdeling

Bij een normale celdeling worden de 78 chromosomen van een cel van de hond verdubbeld tot 156 en daarna verdeeld zodat er 2 cellen ontstaan met elk weer 78 chromosomen. Geslachtscellen worden aangemaakt in de geslachtsorganen. Bij geslachtscellen (eicellen en zaadcellen) vindt er een reductiedeling plaats. Dan worden de chromosomen niet verdubbeld zoals bij de normale celdeling, maar blijft de kern hetzelfde aantal chromosomen houden. Wanneer de cel en de kern zich splitsen ontstaan er geen 39 paar chromosomen, maar slechts 39 enkele chromosomen. Pas wanneer de geslachtcellen van de reu en teef zijn versmolten ontstaan er weer 39 paar chromosomen. Het aantal chromosomen is per diersoort hetzelfde, maar verschilt wel per diersoort. Zoals vermeld hebben honden 39 paar chromosomen, mensen hebben 23 paar chromosomen en eenden zelfs 40 paar chromosomen. Het aantal chromosomen ligt dus per diersoort vast, maar er is wel een verschil tussen de genen. Wanneer dit niet zo was zouden alle honden er hetzelfde uitzien. Per ras zijn er kleine verschillen in de plaats (volgorde) van de genen op de chromosomen. Deze verschillen worden via de geslachtscellen aan de nakomelingen doorgegeven. Daardoor kan uit een Duitse Herderhondenpaar nooit een Golden Retriever geboren worden.


De wetten van Mendel

‘Fokken is gokken’ wordt er wel eens beweerd. Dat is wel gedeeltelijk waar, maar aan de andere kant kan men het resultaat binnen bepaalde grenzen wel voorspellen als men op de hoogte is van de erfelijkheidsleer. Om dit uit te leggen worden er in dit artikel de vachtkleuren van dieren als voorbeelden genoemdn, omdat dit makkelijk uit te leggen is, maar deze voorbeelden zijn van toepassing op alle erfelijke eigenschappen die het dier heeft, dus ook karakter, vorm, afwijkingen enz.


De eerste wet van Mendel

Als voorbeeld hiervoor gebruiken we honden van hetzelfde ras, maar wel met verschillende kleuren (zwarte honden en witte honden). Wanneer men zwarte honden onderling kruist dan ontstaan er zwarte nakomelingen, kruist men 2 witte honden, dan ontstaan er witte nakomelingen.


Wanneer men een zwarte en een witte hond onderling kruist, dan ontstaan er grijs gespikkelde honden. De erfelijke informatie voor de kleur zwart ligt op een gen en deze geven we in het voorbeeld weer met de letter Z. Een zwarte hond kan men aanduiden met ZZ omdat er op iedere lichaamscel 2 chromosomen dus ook 2 genen voor een bepaalde eigenschap aanwezig zijn. Een witte hond wordt aangegeven met WW. In de geslachtcellen komt slecht 1 gen voor i.p.v. van 2 genen bij normale cellen, dus geven we dat aan als Z of W.


Wanneer men een zwarte teef met een zwarte reu kruist ziet dat er schematisch uit als in voorbeeld 1.

Wanneer men een zwarte teef met een witte reu kruist ziet dat er schematisch uit als afbeelding 2.

Erfelijkheidsleer honden
Erfelijkheidsleer honden 2


In het eerste schema krijgen alle nakomelingen de genen Z omdat de beide ouders alleen de genen Z hebben die verantwoordelijk zijn voor de kleur. In het schema hierboven krijgen de nakomelingen ZW omdat de moeder alleen Z kan doorgeven en de vader alleen W.


In het volgende schema kruisen we een gevlekte teef en een gevlekte reu met elkaar. Beide ouders hebben de genen ZW, dus de nakomelingen kunnen van zowel de moeder als de vader het gen Z of het gen W krijgen. Wanneer men dit in een schema zet ziet het er als volgt uit (afbeelding 3):

Erfelijkheidsleer honden 3

Theoretisch gezien is er dan 25% kans op zwarte nakomelingen (ZZ), 25% kans op witte nakomelingen (WW) en 50% op gevlekte nakomelingen (ZW).


Tweede wet van Mendel

In de eerste wet van Mendel zijn de genen die voor de kleur zorgen gelijkwaardig, wanneer 2 verschillende kleuren gekruist worden krijgen de nakomelingen een mix van deze 2 kleuren. Maar niet altijd zijn de genen gelijkwaardig. Wanneer men bijvoorbeeld een zwarte hond en een leverkleurige hond kruist, blijken alle nakomelingen zwart te zijn. Dit komt doordat de genen die invloed op de zwarte kleur hebben dominant over de genen die van invloed zijn op de leverkleur. Het gen voor zwart noemt men dominant en het gen voor de leverkleur noemt men recessief. Wanneer men dit in een schema zou zetten, geeft men de dominante gen met een hoofdletter aan (bijvoorbeeld Z) en de recessieve gen met een kleine letter (bijvoorbeeld a). Een kruising tussen een zwarte reu en een leverkleurige teef ziet er als volgt uit (afbeelding 4) :

Erfelijjkheidsleer honden 4

De nakomelingen hebben dus wel de genen van de beide ouders, van de teef a en van de reu Z, maar zien er allemaal zwart uit omdat het zwarte gen domineert. Maar deze nakomelingen kunnen wel het recessieve gen van de leverkleur overdragen aan hun nakomelingen. Wanneer men de nakomelingen (Za) onderling zou gaan kruisen krijgt men het volgende schema (afbeelding 5):

Erfelijkheidsleer honden 5

Theoretisch gezien heeft men dan 75% kans op zwartgekleurde honden (25% ZZ en 50% Za) en 25% op leverkleurige honden (aa).

Heterozygoot - homozygoot

In het laatst getoonde schema waren beide ouderhonden zwart, maar hoeven alle nakomelingen niet zwart te zijn, er kunnen ook leverkleurige honden geboren worden. Wanneer dit gebeurt in een nest pups, betekent dit dat de ouders niet helemaal fokzuiver zijn. Dit noemt men heterozygoot, de kleur van de hond is in dit voorbeeld wel zwart, maar de hond draagt wel een gen bij zich van een andere kleur die niet waar te nemen was bij de ouderhond. Wanneer een dier dezelfde genen heeft noemt men dit , raszuiver.


Inteelt

Hierbij worden dieren met elkaar gekruist die nauw verwant zijn aan elkaar, bijvoorbeeld broer en zus, broer en halfzus, neef en nicht of zelfs een ouder met kind. Bij raszuivere honden is er veel gefokt met dieren die verwant zijn aan elkaar, inteelt dus. Wanneer met dieren met elkaar kruist die niet verwant zijn met elkaar noemt men dat uitteelt. Fokkers zien voordeel in inteelt wanneer een bepaald ras familie heeft met de goede raskenmerken, het uiterlijk van het dier speelt bij rashondenfokkers een grote rol. Het grote nadeel van inteelt is dat bepaalde slechte eigenschappen binnen de familie duidelijker tot uiting komen. Wanneer een hond een erfelijke afwijking heeft is er een hele grote kans dat familieleden van deze hond ook een gen van deze afwijking bij zich dragen. Ook al is de afwijking uiterlijk niet waarneembaar (omdat het gen recessief is), de kans is erg groot dat bij inteelt de jongen deze afwijkingen wel krijgen. Omdat er in het verleden hoofdzakelijk alleen met een selectief aantal honden is gefokt omdat deze de beste uiterlijke raskenmerken voor de rasstandaard hadden, is het aantal exemplaren binnen het ras waarmee gefokt wordt erg klein geworden, de kans is dan ook groot geworden dat men familie met elkaar kruist.


Polygene overerving

Hiervoor zijn de eigenschappen (vachtkleur) besproken die afhankelijk waren van één gen in de chromosomen. Maar bij de meeste eigenschappen zijn meerdere genen betrokken die allemaal invloed hebben op één bepaalde eigenschap. Men spreekt dan van polygene overerving (poly betekent veel). Een voorbeeld van polygene overerving is heupdysplasie. Deze afwijking is moeilijk uit een hondenras te fokken omdat er veel genen bij betrokken zijn.

Pleiotropie

Bij pleiotropie is één gen verantwoordelijk voor verschillende eigenschappen. Als voorbeeld de bleu merle Collies, wanneer men 2 Collies kruist met de kleur bleu Merle, dan is er een kans dat er een witte collie uit voort komt. Deze geheel witte Collies hebben verschillende afwijkingen, ze zijn blind, doof en sterven vroegtijdig. Wanneer ze wel volwassen zijn geworden, kunnen zij zich niet voortplanten. Het gen dat verantwoordelijk is voor de witte vacht is dus ook verantwoordelijk voor al deze afwijkingen.

Heterosis effect

Hieronder wordt verstaan dat de nakomelingen van 2 verschillende rassen betere eigenschappen hebben dan de optelsom van eigenschappen van de ouders. Wanneer men bijvoorbeeld een hond van 10 kilo kruist met een hond van 16 kilo zou men verwachten dat de nakomelingen bij volwassenheid ongeveer 13 kilo zouden gaan wegen. Dit is niet het geval, ze worden 15 kilo. Door de kruising van 2 totaal verschillende rassen is een hond gefokt die beter is dan wat men op grond van de eigenschappen van de ouderdieren had verwacht. In praktijk is dit ook de achtergrond waarom bastaardhonden lichamelijk sterker zijn dan rashonden.

Verdringingskruisingen (outcross)

Hierbij fokt men 2 verschillende rashonden met elkaar in de hoop dat de nakomelingen de beste eigenschappen overerven van de beide ouders. Als voorbeeld kruist men een sterk ras waarbij veel oogafwijkingen voorkomen met een zwak ras met goede ogen. Wanneer daar sterke nakomelingen uitkomen en het aantal oogafwijkingen procentueel sterk is afgenomen, dan kruist men weer terug op het ras van één van de ouderdieren. Op deze manier kan men weer een ras fokken die minder afwijkingen heeft.


Mutaties

Onder mutatie wordt een plotselinge verandering in het genetisch materiaal verstaan. De structuur van de genen verandert plotseling. De mutatie kan overal in het lichaam ontstaan, maar wanneer deze in een geslachtcel ontstaat wordt het doorgegeven aan het nageslacht. Veel mutaties zijn schadelijk en kunnen dreigend zijn voor het voortbestaan van het ras. Een voorbeeld is het albinisme (albino). Dit is een verliesmutatie. Het gen dat verantwoordelijk is voor de kleur (pigment) van haar en ogen werkt niet meer, waardoor dieren vatbaar zijn voor huidtumoren. Deze dieren worden niet oud genoeg om zich voort te kunnen planten. Maar er zijn ook mutaties die niet schadelijk zijn, deze kunnen zelfs voordeliger zijn om te overleven. Bijvoorbeeld een prooidier muteert naar een kleur die beter overeenkomt met de omgeving, waardoor het dier minder opvalt en daardoor meer overlevingskans heeft. Doordat er mutaties zijn geweest konden er veel verschillende soorten honden ontstaan en daardoor konden wolven zich domesticeren naar honden.

Gericht fokken

Door gericht fokken kan men veel invloed uitoefen op het resultaat dat men wil krijgen. Helaas wordt er bij het fokken van rashonden hoofdzakelijk gelet op de uiterlijke kenmerken (rasstandaard), zonder dat men voldoende op de schadelijke neveneffecten heeft gelet. Hierdoor zijn er binnen de meeste hondenrassen extreem veel rasafwijkingen binnengeslopen. Zoals eerder beschreven zijn de meeste hondenrassen met een beperkt aantal exemplaren gefokt, waardoor genen die verantwoordelijk zijn voor erfelijke afwijkingen bijna door alle individuen binnen een ras gedragen worden. Hierdoor is moeilijk of in de meeste gevallen zelfs onmogelijk om deze afwijkingen weer uit het ras te krijgen.

De enige oplossing om weer een gezonde populatie te krijgen, is honden te gaan kruisen met gezonde honden buiten het ras. Helaas zijn bijna alle rasverenigingen hierop tegen, omdat het ras dan niet meer 100% raszuiver is. Blijkbaar vinden de rasverenigingen het belangrijker om raszuivere honden te fokken, dan dat men gezonde honden op de wereld zet. Hierover kan men meer lezen in het hoofdstuk Erfelijke afwijkingen


Aanbevolen artikelen:


Tekst: Martin Reuvekamp

Beheerder: Honden Kennis Centrum

Zonder de financiële steun van bezoekers had u dit artikel niet kunnen lezen. Uw gift wordt ook erg op prijs gesteld.

U bent waarschijnlijk op dit artikel terecht gekomen omdat u op zoek was naar wat het beste is voor uw hond. Hopelijk bent u met dit artikel geholpen.
Het dierenwelzijn staat op deze website op de eerste plaats. Met deze website wordt geprobeerd om hondenbezitters van eerlijke informatie te voorzien, informatie die niet negatief beïnvloed wordt door commerciële belangen. Het nadeel hiervan is dat deze website geen inkomsten wil ontvangen van adverteerders, omdat de commerciële belangen van adverteerders de inhoud van deze website negatief kunnen beïnvloeden.

Omdat het Honden Kennis Centrum objectief en onafhankelijk wil blijven, is het financieel volledig afhankelijk van giften en donaties. Waardeert u dit artikel? Laat uw waardering dan blijken d.m.v. een financiële bijdrage. Financiële steun is hard nodig om de website te onderhouden, te verbeteren en uit te breiden, zodat nog meer hondenbezitters bereikt kunnen worden en van goede voorlichting voorzien kunnen worden. Hartelijk dank!

© Copyright HondenKennisCentrum.nl.

Delen van dit artikel via één van de deelknoppen mag altijd en wordt ook zeer gewaardeerd. Kopiëren/plakken van de tekst is niet toegestaan en maakt inbreuk op auteursrecht.

WAARDEERT U DE INFORMATIEVE ARTIKELEN OP DEZE HONDENSITE?


Deze website is mogelijk gemaakt door giften en donaties van bezoekers.
Met uw steun kan de website onderhouden, verbeterd en uitgebreid worden.

Doneren kan op het volgende bankrekeningnummer:

NL20SNSB0933278411

(BIC: SNSB NL 2A)

ten name van M Reuvekamp. Hartelijk dank.

Deze website is volledig afhankelijk van donaties en giften! Waardeer je de artikelen in deze site, laat je waardering blijken d.m.v. een financiële bijdrage.

IK WIL DE WEBSITE STEUNEN
Ik doneer misschien later >