De_liefde_voor_de_rashond

HondenKennisCentrum.nl

De informatieve website over honden

Gebaseerd op recente wetenschappelijke inzichten

© Copyright HondenKennisCentrum.nl.

Overname van teksten en afbeeldingen is niet toegestaan!

Het delen van links op sociale media of websites wordt erg op prijs gesteld.

De liefde voor de rashond

Met dierenliefde is niets mis zou je zo denken, maar wat als deze dierenliefde ten koste gaat van de gezondheid en het welzijn van dieren? Dan moet men zich af gaan vragen of dit wel echte dierenliefde is.

 

Ongeveer een kwart van de Nederlandse honden zijn rashonden, deze honden staan ingeschreven in het stamboek van de Raad van Beheer. Bezitters en fokkers van al deze honden hebben een voorkeur voor een bepaald ras, dit om het uiterlijk of om het gedrag. Meestal is dit om het uiterlijk. Je kunt wel stellen dat ze een liefde voelen voor een bepaald ras.

Engelse Bulldog

In een ver verleden hadden honden de taak om als werkhond te fungeren. Honden die bepaalde eigenschappen bezaten werden gebruikt voor een bepaald doel waar deze eigenschappen van pas kwamen. Denk daarbij aan jacht, bewaken van het erf of woning, het beschermen van vee tegen wilde dieren, het bijeendrijven van vee, enz. Met honden die deze taken het beste konden uitvoeren werd verder gefokt, op deze manier ontstonden er verschillende soorten honden met verschillende eigenschappen en tevens kwam er veel variatie in het uiterlijk. Uiteraard konden honden hun taak alleen maar goed uitvoeren wanneer ze vitaal en gezond waren, aan zieke en kreupele honden had men niet veel, het voordeel hiervan was dat er alleen verder gefokt werd met gezonde honden die hun gezonde genen overdroegen aan het nageslacht.

 

De eerste officiële rashondenshow werd in 1859 in Engeland gehouden. De doelstelling was om raszuiverheid van hondenrassen veilig te stellen. Aanvankelijk hield men nog rekening met de werkeigenschappen van honden maar na verloop van tijd werd het uiterlijk steeds belangrijker.

Voor elk ras werd een rasstandaard opgesteld, de honden moesten voldoen aan de raskenmerken die in de rasstandaard stonden, men ging hoofdzakelijk op het uiterlijk keuren. Honden die het meest voldeden aan deze rasstandaard konden op tentoonstellingen prijzen winnen. De fokkers van deze winnende honden kregen een hoog aanzien en hun honden werden meer waard.

Ook vandaag de dag is showen een onderdeel van de fok. Het zijn vrijwel alleen de rashonden die in shows ‘uitmuntend’ en ‘zeer goed’ scoren die in aanmerking komen voor de fok, waardoor andere goede honden worden uitgesloten voor de fok (er is op dat gebied dus weinig veranderd), hierdoor is de genenpool binnen een ras steeds kleiner geworden.

Men ging zelfs steeds verder om de ‘ideale’ hond te fokken, zelfs zo ver dat men familieleden met elkaar ging kruisen. Het kruisen van vader met dochter, broer met zus, neef met nicht enz. was tot voor kort vrij normaal in de rashondenwereld, dit omdat in bepaalde rashondenfamilies de honden aan de ideaalbeelden van de rasstandaard voldeden.

 

Het fokbeleid bij rashonden was en is nog steeds gericht op het ideale uiterlijk. Omdat door een gesloten populatie (raszuiver fokken binnen 1 ras) de inteelt omhoog is gegaan, is de vitaliteit van alle hondenrassen achteruit gegaan.

Problemen door de achteruitgaande vitaliteit zijn o.a.: vruchtbaarheid, moeite met dekken, niet op een natuurlijke manier kunnen bevallen, moederzorg voor pups verminderd, grotere pup sterfte, verkorte levensduur, vatbaar voor ziekten, en ook toenemende angst en nervositeit. De vermindering van genitische variatie wordt ook wel ‘inteeltdepressie’ genoemd.

 

De bijkomstigheid van gericht te fokken op uiterlijke kenmerken, waarbij de genenpool steeds kleiner werd, was dat veel rashonden te maken kregen met erfelijke gebreken. Uiteraard was dit niet de bedoeling, maar was wel het gevolg van gericht fokken op uiterlijke kenmerken. Maar ook de schoonheidsidealen voor veel honden werden steeds extremer. Uiterlijke kenmerken die mooi worden gevonden, bezorgen de honden veel leed. Om maar wat voorbeelden te noemen:

Bij bepaalde honden werd er gericht gefokt op een korte snuit, de snuiten werden zo extreem kort dat deze honden nauwelijks meer adem kunnen halen. Of er werd gefokt op een lange rug, waardoor de honden rugklachten krijgen, of op een zo’n kleine kop dat de schedel zo klein is geworden dat de hersenen er niet inpassen en de hond chronisch koppijn heeft.

Diverse uiterlijke kenmerken die mensen mooi vinden maar wel zorgen voor extreme dierenleed, zorgen voor chronische pijn, omdat mensen gericht gefokt hebben op deze uiterlijke kenmerken. En nog steeds fokt men dit dierenleed.

Men beweert in de rashondenwereld dat men de raseigenschappen van de rashonden wil behouden, maar in werkelijkheid zijn veel rassen zoveel veranderd vergeleken met 100 jaar geleden, dat men ze nauwelijks of niet meer herkend. Dus van het behouden van raseigenschappen is geen sprake.

 

Het probleem van inteelt deed zich ook voor bij landbouwhuisdieren, daar werd een vergelijkbare selectie binnen een stamboek opgebouwd. Maar daar beseften de fokkers wat met hun rassen gebeurde en brachten daar rond 1950 verandering in. Zij gooiden hun stamboeken ‘open’ en waren zo verzekerd van instroom en nieuwe genetische variaties.

Maar in de kynologie bleef men vasthouden aan het standpunt dat een hond alleen raszuiver kon zijn als die van twee in het stamboek ingeschreven ouders afstamde, op enkele rassen na zijn dit vandaag de dag nog steeds de voorwaarden om ingeschreven te mogen worden in het stamboek van de Raad van Beheer.

Het is dus al heel lang bekend dat deze manier van selectief fokken voor erfelijke problemen zorgt, in de jaren ’80 van de vorige eeuw werd er al veelvuldig voor inteelt en erfelijke gezondheidsproblemen bij rashonden gewaarschuwd. Maar dit werd genegeerd in de rashondenwereld, want ‘the show must go on.’

Af en toe bracht de media deze problematiek bij de rashonden onder de aandacht, maar nog steeds werden er binnen rashondenwereld geen maatregelen genomen.

Pas toen de media dit veelvuldig onder de aandacht bracht en de publieke opinie er over ging praten, beloofde de Raad van Beheer schoorvoetend dat het maatregelen zou gaan nemen. Maar nog gebeurde er niets of nauwelijks iets, want er was veel weerstand onder de rashondenfokkers. Maar de druk van de publieke opinie werd groter, ook de overheid eiste maatregelen, toen werd besloten dat de fokdieren op erfelijke gebreken getest moesten worden (indien er testen voorhanden waren). Rashondenfokkers schreeuwen nu hoog van de toren dat hun honden worden getest op erfelijke gebreken, maar vertellen er niet bij dat deze niet op alle gebreken worden getest die bij het ras voorkomen, maar meestal slechts alleen op de gebreken die bekend zijn bij het grote publiek.

Ook beloofde de Raad van Beheer dat de keurmeesters zouden letten op kenmerken die nadelig zijn voor de gezondheid en het welzijn, maar na de eerste Winner show die op die belofte volgde regende het klachten, want nog steeds kregen honden die aantoonbaar ongezond waren een hogere waardering dan honden die lichamelijk in een betere conditie waren (bijvoorbeeld herders met een afhangende rug scoorden hoger dan herders die rechtop stonden). Gelukkig wordt er nu wel meer rekening mee gehouden, maar nog steeds zijn bij de keuringen de uiterlijke raskenmerken veel belangrijker dan de gezondheidstoestand van de honden.

 

Het initiatief van verbetering bij de fok van rashonden kwam niet uit de rashondenwereld zelf, er waren in het verleden wel personen die het probeerden, maar deze werden vooral tegengewerkt. Ook nu zijn er fokkers die wel inzien dat er iets veranderd moet worden, maar worden beperkt in hun mogelijkheden door de regels die er zijn binnen de rasverenigingen.

Ook de Raad van Beheer stelt nog geen strenge regels die ten goede komen aan de gezondheid van rashonden die in hun stamboek mogen worden ingeschreven, dit om tegemoet te komen aan het grootste deel van de rashondenfokkers. Bovendien zorgen strengere regels ervoor dat er minder stamboomcertificaten kunnen worden uitgegeven en dat heeft als gevolg dat de Raad van Beheer minder inkomsten heeft. Andere belangen staan hoger dan de gezondheid en het welzijn van honden. In het fokregelement zijn maar weinig veranderingen gekomen die ten goede komen aan de gezondheid van rashonden. Zo is staat er sinds enkele jaren in het regelement: ‘Een teef mag niet worden gedekt door haar grootvader, haar vader, haar broer, haar zoon of haar kleinzoon.’ Maar nog steeds mag een teef worden gedekt door haar halfbroer, neef of oom!!! Deze vorm van inteelt voorkomt geen erfelijke ziektes of afwijkingen maar houdt ze in stand en kan na verloop van tijd zelfs zorgen voor meer of nieuwe soorten afwijkingen binnen een ras.

 

Telkens wanneer de gezondheidstoestand van rashonden onder de aandacht wordt gebracht, schieten veel rashondenfokkers en rashondenliefhebbers in de verdediging en proberen hun eigen straatje schoon te vegen.

Men komt veelvuldig met de opmerking dat dit soort berichten zorgen dat mensen honden bij broodfokkers en malafide puppyhandelaren aan gaan schaffen (wat ik ook een verschrikkelijke handel vind) of er wordt verwezen naar buitenlandse zwerfhonden die volgens hen allemaal gedragsproblemen hebben. Dit lijken allemaal pogingen om ons af te leiden van het onderwerp, namelijk de slechte gezondheid van rashonden.

Over onderzoeken die aantonen dat rashonden vaker te maken hebben met gebreken dan kruisingen wordt dan beweerd dat het om buitenlandse onderzoeken gaat, dat dit niet van toepassing is op Nederlandse honden, of dat er bij onderzoeken geen uitzondering is gemaakt tussen rashonden (met stamboom) en look-a-likes (honden met de eigenschappen van een rashond, maar zonder stamboom).

Sinds de gezondheidstesten verplicht zijn wordt er hoog van de toren geblazen dat rashonden op gezondheid getest worden, maar nooit wordt daar bij verteld dat het slechts gaat om enkele gezondheidstesten, dat er niet op alles getest wordt omdat dit te duur is. Uiteraard verzwijgt men dat ondanks deze testen rashonden nog steeds meer kansen hebben op erfelijke gebreken en -aandoeningen.

En men beweert dat men bij een rashond weet wat men in huis haalt.

Dat laatste klopt: Want uit een onderzoek dat vorig jaar is gepubliceerd, gedaan door de Universiteit van Utrecht (dus geen buitenlands onderzoek!) bij 33 hondenrassen, blijkt dat de kans op ziektes en gebreken bij rashonden 76% hoger ligt dan bij kruisingen. Dus als je een rashond in huis haalt weet je met zekerheid dat de kans bij je hond op ziektes en gebreken groter zijn dan bij kruisingen, je weet dus wat je in huis haalt. Bij 2 rashonden is een vergelijking gemaakt met hun look-a-likes. Dit wil natuurlijk niet zeggen dat alle rashonden ziek worden en dat alle kruisingen gezond zijn, maar de kans bij rashonden is aanzienlijk hoger dat ze hier mee te maken krijgen.

Men kan wel zeggen dat men bij een rashond weet wat men in huis haalt als het over gedrag gaat, want nog steeds hebben ze de eigenschappen in zich waarvoor ze in het verleden gefokt zijn, maar in de praktijk zijn er maar weinig mensen die nog met hun honden werken. De hond wordt voornamelijk als gezelschapsdier gehouden en vrijwel altijd schaft men een hond aan om het ‘mooie’ uiterlijk. Deze raseigenschappen kunnen dan ook nadelig zijn voor een hond die alleen als gezelschapsdier wordt gehouden. De rashonden worden ook voornamelijk op hun uiterlijk gefokt en niet op hun gedrag dat bij hun oorspronkelijk taak hoorde (behalve de kleine groep werkhonden die speciaal nog daarvoor gefokt worden). Bovendien blijkt vaak dat juist deze gedragskenmerken die bij een bepaald ras horen voor gedragsproblemen kunnen zorgen, de meeste huishonden krijgen niet of nauwelijks de gelegenheid om hun natuurlijke gedrag te manifesteren, waardoor ze door verveling en frustratie ongewenst gedrag gaan tonen.

 

Natuurlijk zijn er hondenfokkers die wel het beste voor hun ras willen, maar een groot deel van de fokkers heeft toch andere belangen, zij geven meer de voorkeur voor het fokken op uiterlijk dan op gezondheid. Ik breng deze problematiek al jaren onder de aandacht, heb ondertussen duizenden reacties gehad van rashondenfokkers en rashondenliefhebbers, maar zelden kon ik uit hun reacties opmaken dat zij dit probleem echt serieus namen. Vrijwel altijd wijzen zij in hun reacties naar andere misstanden in de hondenwereld die weinig te maken hebben met de gezondheidsproblemen binnen de rashonden. Het lijken allemaal maneuvers om ons af te leiden van het onderwerp, zelden wordt er door de rashondenfokkers en -liefhebbers echt ingegaan op de gezondheidsproblematiek. Behalve door de rashondenliefhebbers die er zelf de dupe van zijn geworden.

 

Volgens de rashondenfokkers moet je een pup bij een ‘erkende fokker’ aanschaffen. Je begrijpt wel dat zij zelf deze erkende fokkers zijn. Maar wat verstaat men eigenlijk onder een erkende fokker?

Dit zijn rashondenfokkers die erkend zijn door de Raad van Beheer, en deze Raad van Beheer is het overkoepelende orgaan van rashondenfokkers en rasverenigingen. Het is dus de slager die zijn eigen vlees keurt (of erkend), of ‘wij van WC-eend adviseren WC-eend’. Het is de Raad van Beheer die veel geld verdient met de uitgifte van stambomen, dus deze Raad van Beheer heeft een groot commercieel belang bij deze ‘erkende’ rashondenfokkers. Rashondenfokkers zijn lid van een rasvereniging en deze rasverenigingen zijn weer aangesloten bij de Raad van Beheer, allen hebben zij een gemeenschappelijk belang. Uiteindelijk zijn het de fokkers die de regels bepalen. En zo wordt de consument misleid met een gewichtig klinkende keurmerk ‘erkende fokker’.

 

 

N.B. vrijwel alle rashondensoorten hebben een verhoogde kans op ziektes en gebreken vergeleken met kruisingen, dit blijkt uit diverse onderzoeken wereldwijd. De cijfers in dit artikel zijn het gemiddelde van de 33 hondenrassen die onderzocht zijn door de universiteit van Utrecht. Deze cijfers zijn dus niet voor alle hondenrassen gelijk. Bij sommige rassen zijn de kansen op ziektes en gebreken iets hoger dan kruisingen, bij andere vele keren hoger. Bij bepaalde rassen komen bepaalde gebreken wel meer dan 15 keer voor dan kruisingen, bij sommige rassen heeft meer dan de helft van de honden te maken met een bepaald gebrek.

 

 

Gerelateerde artikelen:

Erfelijke afwijkingen en -aandoeningen bij honden

Volg honden kennis centrum op Twitter
Hondenboeken aanbevolen door het Honden Kennis Centrum