Een goede start

HondenKennisCentrum.nl

De informatieve website over honden

Gebaseerd op recente wetenschappelijke inzichten

© Copyright HondenKennisCentrum.nl.

Overname van teksten en afbeeldingen is niet toegestaan!

Het delen van links op sociale media of websites wordt erg op prijs gesteld.

Een goede start

Wolven zullen nooit zo’n hechte relatie krijgen met mensen als honden, de reden hiervan is dat de socialisatie periode bij wolvenpups en hondenpups verschillen. Dit geeft al aan hoe belangrijk socialisatie voor de hond-mensrelatie is. De eerste levenservaringen van de pup spelen een belangrijke rol in de verdere ontwikkeling van het gedrag van de hond, het drukt een grote stempel op het gedrag voor de rest van een hondenleven.

 

Wanneer een pup in zijn gevoelige periode nog niet aan een bepaalde prikkels is blootgesteld, zal het in de rest van zijn leven daarvoor angstig blijven. Deze angsten zijn als de honden volwassen zijn vaak niet meer zo makkelijk te verhelpen met therapieën. Het is dus heel belangrijk dat de pups in hun gevoelige periode goed worden gesocialiseerd. Maar socialisatie is meer dan pups aan verschillende prikkels bloot te stellen, want verkeerd socialiseren kan traumatiseren worden.

 

In de baarmoeder ontwikkelen de hersenen en het zenuwstelsel van de pup zich, maar deze zijn nog niet volledig ontwikkeld nadat de pup is geboren. In deze periode worden de hersenen en het zenuwstelsel als het ware ook geprogrammeerd. Dit is een belangrijke fase voor de hond om te leren wat de gevaren kunnen zijn en wat niet, zaken waar de pup in deze periode nog geen kennis mee heeft gemaakt, ziet hij in zijn latere leven als een potentieel gevaar. De uitspraak ‘onbekend maakt onbemind’ is hier goed van toepassing.

Deze periode is dus van hele grote invloed op zijn gedrag als hij volwassen. Zelfs voordat de pup geboren wordt heeft de moederhond al invloed op het karakter van de pup. Een te gestreste moederhond kan voor de geboorte het toekomstige gedrag van de pup al negatief beïnvloeden. Daarnaast spelen erfelijke factoren ook nog een belangrijke rol op het gedrag van de hond. Het is trouwens niet altijd goed vast te stellen of gedrag beïnvloed is door erfelijkheid of door andere factoren.

In dit artikel behandel ik alleen de factoren die van invloed zijn nadat de teef is bevrucht.

Om het niet te ingewikkeld te maken heb ik de periodes slechts in 3 fasen ingedeeld, namelijk de prenatale fase (voor de geboorte), vroege socialisatie periode (tot ca. 12 weken) en de late socialisatie periode (tot de hond geslachtsrijp is).

 

De dracht van de teef duurt tussen de 57 en 69 dagen, dit wordt de prenatale fase genoemd. Erfelijke informatie is door de ouderdieren via het DNA doorgegeven aan de jongen. Stress bij de moederhond kan van invloed zijn op de ongeboren pup. Stress bij de moederhond in de prenatale fase zorgt voor een grotere kans dat pups op latere leeftijd last kunnen krijgen van angsten, fobieën en post traumatische stressstoornis. De bewering dat een pup een onbeschreven blad is, klopt dus niet helemaal.

 

Bij stress wordt er cortisol vrijgemaakt. De foetus wordt door een enzym beschermt tegen cortisol die de moederhond bij stress aanmaakt. Dit enzym vormt maar een gedeeltelijke barrière. Heeft de moederhond extreme stress dan kan het enzym de hoge concentraties van cortisol niet volledig omzetten naar een inactieve vorm. Cortisol dat de foetus binnen dringt heeft een negatieve invloed op de groei van de hippocampus. Dit hersengebied is niet alleen belangrijk voor het geheugen maar functioneert ook als een soort uitknop voor stress. Een te kleine hippocampus maakt honden kwetsbaar. Dieren waarvan de moeder tijdens de zwangerschap zijn blootgesteld aan overmatige stress tonen vaak een achtergebleven motorische ontwikkeling, minder onderzoek- en speelgedrag, verminderd leervermogen en minder sociaal gedrag. Deze honden reageren angstiger en heviger op nieuwe en stressvolle situaties en herstellen daar ook langzamer van. Met andere woorden: het zorgt voor een hond dat bijna altijd angstig en gestrest is.

Het is daarom ook belangrijk om een drachtige teef zoveel mogelijk te ontzien van stressvolle situaties.

 

De eerste weken na de geboorte zijn de zintuigen van de pups nog niet volledig ontwikkeld, in die tijd zijn de pups nog volledig afhankelijk van de moederhond, het is de moederhond die veiligheid biedt. In de derde levensweek gaan de ogen en oren geleidelijk open en beginnen de pups te lopen en gaan de wereld ontdekken. Deze ontwikkelingsfase markeert het begin van de vroege socialisatie periode en duurt ongeveer tot de pups 12 weken oud zijn.

 

Tijdens de vroege socialisatieperiode leert de pup door ervaringen sociale en niet-sociale prikkels te associëren met positieve en negatieve emoties. Deze ervaringen stellen de pup in staat om aanpassingsvermogen op te bouwen om zich zo in de toekomst nieuwe situaties het hoofd te kunnen bieden. Om angstreacties in de toekomst van de hond te voorkomen wordt aanbevolen pups in de vroege socialisatie bloot te stellen aan zoveel mogelijk prikkels die zij waarschijnlijk ook als volwassen hond zullen ervaren. De socialisatie begint dus al bij de fokker. Uit onderzoek blijkt dat pups die bij fokkers in huiselijke kring zijn grootgebracht op latere leeftijd minder snel angst en agressie tonen naar onbekende mensen dan honden die niet in een huiselijke omgeving zijn opgegroeid maar in kennels.

 

Niet alleen de fokker is verantwoordelijk voor een goede socialisatie, ook de nieuwe eigenaar speelt daarin een hele belangrijke rol. Uit onderzoek blijkt dat honden die tussen de 8 en 12 weken niet goed gesocialiseerd zijn, als volwassen dier veel vaker angstgedrag vertonen dan honden die wel gesocialiseerd zijn in deze periode. Deze angst uit zich vaak in (angst)agressie.

 

Hoewel honden hun hele leven blijven leren over hun omgeving, zijn ze aanzienlijk gevoeliger voor omgevingsprikkels tijdens de gevoelige socialisatie periode. Deze verhoogde gevoeligheid voor prikkels wordt veroorzaakt door onderliggende fysiologische veranderingen. In de eerste 2 levensweken is het centrale zenuwstelsel nog onvolgroeid, door middel van EEG-scans kan er nog geen onderscheid gezien worden tussen slapende en wakkere pups. Wanneer vanaf 3 weken de zintuigen en de motoriek van de pup verbetert, ontwikkelt zich ook het zenuwstelsel in een snel tempo. Vanaf 8 weken vertonen EEG-scans van de hersenen volwassen patronen. Deze ontwikkelingen gaan gepaard met toename van verkennend gedrag. Dit maakt conditionering (= leerprocessen waardoor een organisme zich aanpast aan de omgeving) en associatief leren (= verbinding leggen tussen 2 gebeurtenissen) mogelijk.

Naarmate de pup interacteert met zijn omgeving en leert over belangrijke prikkels worden de verbindingen tussen de neurale synapsen sterker. Het onthouden van prikkels heeft een negatieve invloed op de ontwikkeling van het zenuwstelsel. Het in deze periode aanbieden van verscheidene prikkels is dan ook erg belangrijk.

 

Bij een jonge pup zijn de hersenen dus nog volop in ontwikkeling. Samen met de amygdala maakt de prefrontale cortex een belangrijk deel uit van het angstcircuit. Vanaf ongeveer de leeftijd van 5 weken zijn deze zo goed ontwikkeld dat het zorgt dat honden geleidelijk angstiger gaan worden voor onbekende prikkels. Het herstellen van angst wordt in toenemende mate vertraagd en desensibilisatie (ongevoeliger maken) voor nieuwe prikkels zal met de leeftijd steeds meer tijd en moeite gaan kosten. Deze afkeer voor alles wat nieuw is neemt toe tot aan het einde van de vroege socialisatieperiode.

Tot op een leeftijd van ongeveer 5 weken kennen pups nog geen angst en vertrouwen volledig op de moederhond. Deze moederhond heeft trouwens een hele grote invloed op de ontwikkeling van het gedrag voor de rest van het leven van de pups. Uit onderzoek is gebleken dat pups die op een leeftijd van 30 tot 40 dagen waren gescheiden (gespeend) van hun moeder bij volwassenheid vaker gedragsproblemen ontwikkelen dan honden die na 60 dagen van hun moeder waren gescheiden. De honden blijken vaker angstig te zijn, reageren overactief op prikkels en blaffen overmatig. Pups die op een leeftijd van 6 weken gespeend worden zijn vaker ziek en sterven vaker op jonge leeftijd vergeleken met pups die op een leeftijd van 12 weken van hun moeder worden gescheiden.

 

Verwijderen uit het nest voordat ze 8 weken zijn kan veel stress veroorzaken en verhoogt het risico op gedragsstoornissen op latere leeftijd, maar pups die te lang in het nest blijven kunnen ook gedragsproblemen ontwikkelen. Volgens een onderzoek hebben pups die pas na 13 tot 16 weken uit het nest zijn gegaan veel vaker vermijdingsgedrag naar onbekende mensen als ze volwassen zijn, zij grommen en vallen ook vaker uit naar vreemden. Pups die te lang in het nest blijven socialiseren dus niet goed naar mensen.

 

Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat de socialisatieperiode niet bij alle hondenrassen hetzelfde is, het is zelfs mogelijk dat deze per individu kan verschillen. Daarom is het verstandig om zo vroeg mogelijk met socialiseren te beginnen. Omdat de gevoelige periodes niet voor alle honden hetzelfde zijn, is ook niet te zeggen op welke leeftijd pups het beste herplaatst kunnen worden naar de nieuwe eigenaren. In ieder geval zouden pups nooit eerder uit het nest gehaald mogen worden dan dat het natuurlijke spenen heeft plaatsgevonden en is voltooit, afhankelijk van het ras/individu zal dat op een leeftijd tussen de 7 en 9 weken zijn.

 

Volgens de Nederlandse wet zijn fokkers verplicht hun honden te socialiseren voor mensen en soortgenoten, honden die uit het buitenland komen worden niet door deze wet beschermd, maar zijn afhankelijk van de wetgeving van het land van herkomst. De meeste landen kennen geen verplichting dat fokkers hun pups moeten socialiseren, in sommige landen worden dieren nauwelijks of helemaal niet door een wet beschermd. De meeste aanschafte honden zijn afkomstig van malafide puppyhandelaren, die hun honden vaak uit Oost-Europese landen halen, waar ze onder erbarmelijke omstandigheden gefokt worden en in te kleine kooien gehouden worden. Van socialisatie is hier totaal geen sprake. Bovendien worden deze honden vaak te vroeg bij hun moeder weggehaald en dan opeengepakt in een donkere afgesloten kofferbak van de auto de grenzen over gesmokkeld. Deze traumatische ervaringen in hun gevoelige periode zorgen op latere leeftijd voor angst gerelateerde gedragsproblemen.

 

Zoals eerder vermeld is goed socialiseren niet alleen het blootstellen aan zoveel mogelijk verschillende prikkels. Op een gegeven moment zijn de hersenen van de pup zo ver ontwikkeld dat zij angst gaan ervaren. Deze ontwikkeling begint geleidelijk vanaf een leeftijd van ongeveer 5 weken. De pup leert in deze periode niet alleen wat veilig voor hem is, maar ook wat eventueel gevaarlijk voor hem kan zijn. Komt hij met iets nieuws in aanraking (een voorwerp, mens of dier, of een geluid) dan wordt dat een leermoment voor hem; ‘is het veilig of is het gevaarlijk?’ In onze ogen hele normale zaken kunnen voor pups beangstigend zijn. Wanneer de pup een nieuwe ervaring op een negatieve manier beleeft, als het bedreigend op hem overkomt, dan kan deze nieuwe ervaring een trauma voor de pup worden en wordt het iets waar hij zijn hele leven angstig voor kan blijven. Het is dus van groot belang dat socialiseren zorgvuldig gebeurt, het zomaar lukraak blootstellen aan zoveel mogelijk dingen is niet de juiste manier.

Nieuwe dingen leren ontdekken moet voor de pup leuke ervaringen zijn. Een pup bijvoorbeeld zomaar meenemen in een drukke mensenmassa omdat hij gesocialiseerd moet worden met zoveel mogelijk verschillende mensen zou eerder een trauma voor hem opleveren dan dat hij leert met mensen om te gaan, wat als gevolg heeft dat hij later mensen gaat mijden en er zelfs agressief op kan gaan reageren.

Het is belangrijk voor de pup dat hij zelf zoveel mogelijk controle heeft op het gebeuren. Dat hij zelf kan bepalen hoe ver hij gaat, hoe groot de afstand is, dat hij op zijn eigen tempo het onbekende kan onderzoeken. Om ‘het nieuwe’ voor de pup nog leuker te maken, kun je de hond belonen met iets lekkers of positieve aandacht geven. Zo leert de pup dat deze nieuw ontdekte ervaring positieve kanten heeft en zal het niet als gevaar zien.

 

Alles wat nieuw is voor de pup, is voor de pup spannend, het maakt veel indruk op hem. Ga daarom niet als een idioot de pup achter elkaar nieuwe prikkels aanbieden, maar geef hem ook ruim de gelegenheid om alles te verwerken. Het verwerken van nieuwe indrukken doen pups vooral in hun slaap, het is daarom noodzakelijk dat pups regelmatig en voldoende rust krijgen. Zonder deze rust heeft socialisatie totaal geen zin.

 

Een pup leert elk moment van de dag, onderschat niet hoeveel energie dit de pup kost. Zelfs een takje of blaadje dat op het gazon ligt kan iets spannends zijn dat onderzocht moet worden.

 

Het is aan ons de taak om de pup met van alles kennis te leren maken, want waar de pup nog nooit kennis mee heeft gemaakt, ziet hij later als een potentieel gevaar. Maar dit moet dus wel op de juiste manier gebeuren, dus zonder dat het bedreigend wordt voor de pup. Een pup die in zijn socialisatie periode alleen maar de persoon heeft gezien die hem van water en voer heeft voorzien, zal later altijd angstig blijven voor vreemde mensen en daarom erg terughoudend zijn of zelfs met (angst)agressie vreemden proberen te verjagen. Dit is niet wat wij willen. Ook moeten we pups om leren gaan met kinderen, verkeer, allerlei voorwerpen, dus met alles waarmee hij in zijn leven in aanraking kan komen. Het is daarom noodzakelijk om elke dag voldoende tijd aan socialisatie te besteden. Deze verantwoordelijkheid begint al bij de fokker, maar de nieuwe eigenaar speelt hierin ook een grote rol.

 

De vroege socialisatie periode duurt zoals gezegd tot ongeveer 12 weken. Is in die periode daarmee al het werk gedaan? Het antwoord is nee. De periode tot ongeveer 12 weken noemt men niet voor niets de vroege socialisatie periode, omdat er ook nog een late socialisatie periode is. Deze late socialisatie periode, ook wel adolescentieperiode genoemd, loopt ongeveer tot de hond geslachtsrijp is. Deze periode is minder gevoelig dan de vroege socialisatie periode, maar daarom niet minder belangrijk. Ook deze periode is belangrijk voor de gedragsontwikkeling van jonge honden om hun sociale toestand te verbeteren. Dit blijkt wel uit een vrij oud onderzoek bij toekomstige geleidehonden. Toen deze pups de leeftijd van 12 weken hadden was ongeveer de helft van de pups geplaatst, terwijl de andere helft nog 2 tot 11 weken in kennels bij soortgenoten bleven. Al deze honden waren in hun vroege socialisatieperiode goed en op dezelfde wijze gesocialiseerd. De honden die in de kennels bleven en dus nauwelijks meer in aanraking kwamen met mensen en andere prikkels, bleken later veel vaker te falen als geleidehond als gevolg van angst en nerveus gedrag. Dit toont aan dat ook op een latere leeftijd het belangrijk is honden een verrijkte omgeving aan te bieden.

 

Een goede start is nodig om een zelfverzekerde hond te krijgen, zodat de hond de hele wereld makkelijker aan kan, zonder teveel angst en stress. Ook als honden ouder zijn kunnen ze nog veel leren, maar een goede start kan al veel gedragsproblemen voorkomen voor als de hond volwassen is.

 

 

Deze artikelen vind je waarschijnlijk ook wel interessant:

 

 

Tekst: Martin Reuvekamp

Beheerder: Honden kennis centrum

Commerciële (brood)fokkers en (malafide) puppyhandelaren hebben meestal te veel pups om voldoende tijd aan de socialisatie te kunnen besteden. Eigenlijk kun je er van uitgaan dat dit vrijwel nooit gebeurt. Koop dus NOOIT een pup bij iemand die meerdere nesten tegelijk aanbiedt of wel heel vaak adverteert met pups.

Ook is het erg belangrijk voor de ontwikkeling van de pups dat zij opgroeien met de moederhond, is de moederhond niet aanwezig, koop dan geen pup. Laat je niet misleiden met het smoesje dat de moederhond even weg is. Wanneer de verkoper niet de moederhond kan laten zien, dan kun je met zekerheid vaststellen dat je hier te maken hebt met een malafide puppyhandelaar die de pups hoogstwaarschijnlijk vanuit een Oost-Europees land Nederland heeft binnengesmokkeld. Vaak zijn deze pups op een te jonge leeftijd bij hun moeder weggehaald en onder erbarmelijke omstandigheden gefokt en naar Nederland vervoerd en zijn daardoor al getraumatiseerd voordat ze ons land hebben bereikt.

 

De meeste broodfokkers laten hun pups in kennels opgroeien, maar als een belangstellende komt kijken nemen zij de pups in huis, zodat het lijkt of de pups in een huiselijke situatie opgroeien. Let er op dat je niet op deze manier bedrogen wordt. Ook al is het in Nederland verplicht, deze broodfokkers besteden geen tijd aan socialisatie, daar hebben zij gewoon geen tijd voor of willen daar geen tijd aan besteden.

 

Koop je hier een pup, dan is de kans heel groot dat je voor de rest van een hondenleven een hond hebt met angstgerelateerde gedragsproblemen, bovendien zijn veel honden uit deze handel zo ongezond dat zij al voor het eerste levensjaar sterven. Koop hier ook niet uit medelijden een pup, want op deze manier financier je deze handel en houd je zo deze afschuwelijke en meedogenloze handel in stand. Voor elke pup dat er verkocht wordt, wordt weer een nieuw pup onder dezelfde erbarmelijke omstandigheden gefokt. Beter is het dat wanneer je zoiets ziet de (dieren)politie of de NVWA in te lichten.

 

En hondenleven lang
Een puppy in huis
Oog voor honden - Sacha Gaus
Stress bij honden
BAT 2.0
Volg honden kennis centrum op Twitter
Hondenboeken aanbevolen door het Honden Kennis Centrum
GPS TRACKER HOND EN KAT
Dit is de hond - John Bradshaw