genetische_ziektevarianten

HondenKennisCentrum.nl

De informatieve website over honden

Gebaseerd op recente wetenschappelijke inzichten

© Copyright HondenKennisCentrum.nl.

Overname van teksten en afbeeldingen is niet toegestaan!

Het delen van links op sociale media of websites wordt erg op prijs gesteld.

Vergelijking erfelijke ziektevarianten tussen raszuivere honden en kruisingen

Er zijn bijna 700 erfelijke ziektes en aandoeningen beschreven die bij honden voor kunnen komen. Medisch geneticus dr. Jonas Donner van de universiteit van Helsinki heeft met zijn team het risico onderzocht van de verspreiding van 152 genetische ziektevarianten. Voor deze studie onderzocht het team 83.220 kruisingen en 18.102 raszuivere honden van 330 hondenrassen. Deze raszuivere honden waren rashonden uit verschillende landen die ingeschreven stonden in het stamboek van de kennelclub van dat land. Van de onderzochte honden waren 2,8% Nederlandse rashonden die ingeschreven stonden bij de Raad van Beheer. Dit onderzoek is 30 april 2018 gepubliceerd en is het grootschaligste onderzoek dat ooit op dit gebied is gedaan.

 

Zoals elke dier, en dus ook de mens, zijn honden dragers van erfelijke ziektes en -aandoeningen die zij door kunnen geven aan het nageslacht. Uit dit onderzoek blijkt dat 40,5% van alle honden tenminste 1 ziektevariant in hun genoom hadden van de 152 die de onderzoekers hadden gescreend. Twee van de vijf honden is dus drager van een erfelijke ziekte of aandoening. Drager wil nog niet zeggen dat de hond ook werkelijk de aandoening heeft en er onder lijdt, maar zij kunnen deze wel doorgeven aan het nageslacht, waar het wel weer voor gezondheidsproblemen kan zorgen. De meeste van de 152 geteste ziektevarianten werden zowel bij kruisingen als rashonden aangetroffen.

 

De wetenschappers onderzochten eerst of kruisingen en raszuivere honden verschilden in het aantal ziektevarianten gedragen in de heterozygote toestand. Heterozygoot wil zeggen dat een bepaalde eigenschap wordt vertegenwoordigd door twee verschillende allelen van een gen (het tegengestelde is homozygoot). Zij namen waar dat dit bij kruisingen 1,6 keer hoger lag. Respectievelijk 30,3% versus 18,4% van de honden. De heterozygote toestand wordt meestal niet geassocieerd met een levensbedreigende tekortkoming! Dit is dus gunstig voor de kruisingen.

Toen de onderzoekers de groepen vergeleken voor het aantal gemeenschappelijke recessieve ziektevarianten die werden gedragen in de homozygote toestand, verscheen een ander patroon. Rashonden hadden 2,7 maal meer kans dan kruisingen om genetisch beïnvloed te worden door minstens één van de meest voorkomende recessieve aandoeningen. Homozygoot wil zeggen dat 2 dezelfde allelen worden doorgegeven en deze slechte eigenschappen vrijwel altijd tot uiting komen.

 

De conclusie van dit onderzoek is dat de kans dat rashonden te lijden hebben onder erfelijke aandoeningen of afwijkingen veel groter is dan bij kruisingen. Deze kans wordt nog groter als er gekruist wordt met ouderdieren die verwant zijn aan elkaar. Omdat de genenpool bij rashonden erg klein is, dat wil zeggen dat ze weinig variatie is, maakt kans dat rashonden te kampen krijgen met erfelijke gebreken vele keren groter.

 

Bron: Plos genetics, Donner J. et all 30 april 2018

 

Deze artikel en vind je waarschijnlijk ook wel interessant:

 

 

Tekst: Martin Reuvekamp

Beheerder: Honden Kennis Centrum