domesticatie van honden

HondenKennisCentrum.nl

De informatieve website over honden

Gebaseerd op recente wetenschappelijke inzichten

© Copyright HondenKennisCentrum.nl.

Overname van teksten en afbeeldingen is niet toegestaan!

Het delen van links op sociale media of websites wordt erg op prijs gesteld.

Domesticatie van honden

Gemeenschappelijke voorouders

Honden en wolven hebben dezelfde gemeenschappelijke voorouders, dat is zo goed als zeker. Men suggereert vaak dat honden van wolven afstammen, maar hoogstwaarschijnlijk waren deze voorouders niet zoals wij vandaag de dag de wolven kennen. Het was waarschijnlijk wel een dier dat veel gelijkenis had met de wolven zoals die wij nu kennen. Tijdens de evolutie zijn er uit deze dieren verschillende diersoorten ontstaan zoals vossen, dingo’s, wilde honden, dhole’s, jakhalzen, hyena’s enzovoort, en dus ook onze huishonden in vele variaties. In het DNA van wolven en honden komen de genen voor 99.96% overeen. Ter vergelijking: ons DNA komt voor 25% overeen met wolven, die 25% overeenkomst komt vooral omdat wij beiden zoogdieren zijn, onze genen komen ook ongeveer voor 25% overeen met muizen, ook zoogdieren.

 

Vroeger dacht men dat honden zijn ontstaan doordat mensen wolvenpups uit het nest hadden genomen en die tam hebben gemaakt. Er is vaak geprobeerd om wolven(pups) tam te maken zodat ze net als honden als huisdier gehouden konden worden, maar dat is nog nooit goed gelukt. Wanneer het met de huidige kennis over diergedrag al niet lukt om wolven zo tam te krijgen dat zij als huisdier gehouden kunnen worden, dan is het zo goed als onmogelijk dat men dit in vroeger tijden wel kon. Daarom sluiten wetenschappers deze mogelijkheid uit.

 

Het moet dus anders gegaan zijn, er heeft een ander proces plaats gevonden dat van een wild dier een huisdier heeft gemaakt. Dit proces wordt domesticeren genoemd. Hoe lang mensen en honden samenwerken is niet precies bekend, verschillende onderzoeken spreken elkaar tegen. Ook is niet met zekerheid te zeggen hoe deze samenwerking is begonnen. Door diverse onderzoeken is er wel een theorie ontstaan die veel waarschijnlijker is dan het tam maken van wolvenpups. In deze theorie is het niet de mens die voor deze samenwerking heeft gekozen, maar de wolf.

Deze theorie luidt als volgt:

Enkele minder schuwe wolven leefden in de nabijheid van mensen en profiteerden van de etensresten die de mensen lieten slingeren. De mensen duldden de dieren in hun nabijheid, omdat de alerte wolven hen waarschuwden voor gevaar en hun omgeving schoon hielden van etensresten. Echter, wolven die minder verdraagzaam naar mensen waren, werden verjaagd of gedood. Zo werden de wolven die nabij mensen leefden min of meer door natuurlijke selectie steeds meer verdraagzamer naar mensen. Langzaam aan ging de wolf een samenwerkingsverband met de mens aan; dit was mogelijk omdat wolven net als mensen van nature onderling samen kunnen werken. Mensen kwamen erachter dat wolven bepaalde eigenschappen bezaten die zij niet hadden of in mindere mate hadden, zoals goede reuk, scherp gehoor en uitstekende jachteigenschappen. Eigenschappen die de mensen wel tot nut konden zijn. Men ging over tot het selectief fokken, gericht op die eigenschappen waarvan men kon profiteren. Op deze manier kwamen er steeds meer variëteiten. Aanvankelijk werd bij de fok alleen maar op gedrag geselecteerd. Een bijkomstigheid was dat ook het uiterlijk van de dieren veranderde. Zo ontstonden er honderden verschillende rassen, allen met hun eigen kenmerken. Al deze rassen waren voor een bepaald doel gefokt, zoals jagen, apporteren, bewaken, vee bijeendrijven enz. Tegenwoordig worden de meeste honden niet meer gebruikt voor het doel waarvoor ze oorspronkelijk gefokt zijn en wordt er vooral (helaas) uitsluitend op het uiterlijk gelet.

 

Experiment met het domesticeren van vossen

In 1959 begon de Russische geneticus Dmitry Konstantinovitsj Belyaev te experimenteren met het domesticeren van zilvervossen (Vulpes Vulpes). Deze vossen werden veel gebruikt voor de bontindustrie. Deze vossen waren erg wild en niet normaal te benaderen, ze reageerden erg angstig en agressief. Belyaev en zijn medewerkers selecteerde de vossen op één gedragseigenschap, namelijk dat zij de menselijke hand benaderden zonder agressie. Wanneer de vossen na 7 à 8 maanden geslachtrijp waren, gingen de verzorgers voor het hok staan en observeerden hoe de vossen reageerden als zij deze dieren probeerden aan te raken. Alleen met de vossen die het minst angstig waren en het minst agressief reageerden werd verder gefokt. Dit deden de onderzoekers meer dan 40 generaties lang, waarbij minder dan 20% in aanmerking kwamen voor verdere fok. Binnen 10 generaties selectief fokken waren de vossen al zo tam dat hun gedrag vergelijkbaar was met dat van onze huishonden. De vossen stonden te popelen om bij de mensen te zijn, ze jankten om aandacht te krijgen, snuffelden en likten de verzorgers. Ze kwispelden als ze blij of opgewonden waren. Verder hadden ze hun angstreacties beperkt tot nieuwe voorwerpen of situaties, ze toonden meer verkennend gedrag in onbekende situaties.

 

Morfologische veranderingen

Deze veranderingen waren misschien wel het meest verrassend bij dit experiment. Een groot gedeelte van de vossen kreeg hangoren, korte of krullende staarten, andere vachtkleur, een andere schedelvorm, kaken en tanden veranderden en ze verloren hun muskusachtige geur. Wilde vossen zijn 1 keer per jaar in een bepaalde korte periode vruchtbaar, bij de gedomesticeerde vossen is dit veranderd in meerdere keren per jaar, ook zijn de gedomesticeerde vossen op jongere leeftijd geslachtsrijp.

 

Pedomorphosis

De volwassen vossen in het experiment van Belyaev behielden veel fysieke kenmerken van jongeren, dit staat bekend als neotony of pedomorphosis. De gedomesticeerde vossen waren wel veel eerder geslachtrijp dan hun wilde verwanten, maar verder ontwikkelden ze zich veel langzamer. Er vonden niet alleen fysieke veranderingen plaats, ook psychisch veranderde de vossen. Wanneer de vossen volwassen waren toonden zij nog veel juveniel (jeugdig) gedrag. Volwassen, geslachtrijpe gedomesticeerde vossen blijken zich in vele opzichten nog niet tot volwassen dier te hebben ontwikkeld.

 

Gedomesticeerde honden

Bijna alles in het experiment bij de vossen is vergelijkbaar met dat van onze honden. Onze honden zijn qua uiterlijk anders dan wolven, maar ook het gedrag is in vele opzichten anders. Onze gedomesticeerde honden zijn net als de vossen in het experiment ook niet volwassen. Ook volwassen honden tonen juveniel gedrag. Veel honden zijn op volwassen leeftijd bijvoorbeeld nog steeds speels.

 

Er zijn nog meer verschillen tussen honden en volwassen wolven: Wolven zijn pas na 2 jaar geslachtsrijp, honden vaak al na een half jaar. Wolventeven zijn maar 1 keer per jaar loops en zijn dat enkele maanden in een bepaalde periode. Op enkele rassen na zijn hondenteven 2 keer per jaar loops en dan voor een kortere tijd. De spermaproductie van wolvenreuen vindt gelijktijdig met de loopsheid van de wolvin plaats, terwijl hondenreuen het gehele jaar produceren. Wolven hebben een vaste partner, honden echter niet. Bij honden verzorgen alleen de teven de jongen, wolven verzorgen de jongen gezamenlijk. Wolven hoort men zelden blaffen. Verder verloopt de communicatie bijna identiek met die van honden. Wel is bij wolven de lichaamstaal veel duidelijker waar te nemen. Door de verschillende variëteiten bij honden kunnen wel eens communicatiestoringen optreden. Denk daarbij aan verschillende oorvormen (staande oren of hangoren) of de verschillende staarten, zoals krulstaarten, hoogopgefokte staarten, lange staarten, korte staarten of helemaal geen staart. Gelukkig is het couperen van oren en staarten in Nederland verboden en dat scheelt een belemmering in de communicatie.

 

Kan men honden nog vergelijken met wolven?

De genen van honden komen voor 99,96% overeen met wolven, toch zijn er professionals die zeggen dat hondengedrag niet meer helemaal te vergelijken is met wolvengedrag. Daar hebben ze gelijk in. Neem ter vergelijking bonobo’s en chimpansees, daar komen de genen voor 99,6% overeen. Hoewel het DNA vrijwel identiek is, tonen deze twee apensoorten een levensgroot verschil in (sociaal) gedrag. Zo vredelievend als de bonobo’s zijn, zo agressief en moordlustig zijn de chimpansees. Al het hondengedrag komt niet meer overeen met dat die van wolven, maar er zijn ook nog wel overeenkomsten. Wanneer men gedrag van deze dieren wil vergelijken, moet men er ook rekening mee houden dat het lange tijd moeilijk was om in het wild wolven te bestuderen en daarom in het verleden alleen wolven in gevangenschap werden bestudeerd. Omdat wolven in gevangenschap vaak onnatuurlijk gedrag vertonen waren de conclusies van de oude onderzoeken vaak onjuist. Zo werd lange tijd verondersteld dat wolven in een roedel leven waarbij de alfawolf de alleenheerser zou zijn. Deze roedeltheorieën bij wolven werden lange tijd geprojecteerd op honden. Nu blijkt dat deze dominantietheorie zowel bij wolven als bij honden niet van toepassing is. Na het onderzoek van dr. David Mech bij in het wild levende wolven (zie artikel Dominantie) blijkt het wolvengedrag heel anders te zijn dan altijd is verondersteld. Uit verschillende onderzoeken bij verwilderde honden (meestal zwerfhonden) die daarop volgden blijkt dat honden ook geen sociale roedelstructuur hebben waarin alleen alfa de scepter zwaait.

 

Zoals eerder vermeldt zijn er door selectief fokken vele rassen ontstaan. Er is gericht gefokt op bepaalde eigenschappen die wolven hebben, al naar het gelang waarvoor deze rassen gebruikt werden. Bepaalde eigenschappen die nuttig waren voor een bepaald doel werden door selectieve fok versterkt, andere eigenschappen gingen verloren of bleven in mindere mate aanwezig omdat deze niet nuttig waren voor het doel waarvoor gefokt werd. Al deze rassen verschillen min of meer in gedrag. Wanneer verschillende hondenrassen al anders zijn in gedrag, dan is het onmogelijk om hondengedrag 1 op 1 te vergelijken met wolvengedrag.

 

Tot slot

Uit wetenschappelijke onderzoeken blijkt dat honden ons veel beter begrijpen dan apen ons begrijpen, ondanks dat wij genetisch nauwelijks verschillen met apen. Geen enkel ander dier begrijpt onze lichaamstaal, en ook gesproken taal, zo goed als honden. Het domesticatieproces heeft er voor gezorgd dat honden voortreffelijk samen kunnen leven en werken met mensen. Ook is uit wetenschappelijke onderzoeken gebleken dat honden bij onoplosbare problemen steun zoeken bij mensen die daarbij aanwezig zijn. Wolven hebben bij dezelfde problemen helemaal geen oog voor de mensen in de omgeving. Wolven zijn vergeleken met honden zelfstandiger. Dat is te verklaren omdat honden eigenlijk nooit volwassen worden (net als de zilvervossen in het onderzoek van Dmitry Konstantinovitsj Belyaev). Eigenlijk zijn honden net kinderen die afhankelijk zijn van volwassen. Voor honden zij wij niet de alfa, maar nemen wij de plaats van ouder/verzorger in. Onze taak als hondenbezitter is dus niet de rol van een dominante roedelleider, wij moeten de honden met net zoveel liefde en genegenheid door het leven leiden zoals een ouderpaar het met hun wolvenjongen doet.

 

Geschreven door: Martin Reuvekamp

Beheerder: Honden Kennis Centrum

Volg honden kennis centrum op Twitter
Hondenboeken aanbevolen door het Honden Kennis Centrum