aangeleerde_hulpeloosheid

HondenKennisCentrum.nl

De informatieve website over honden

Gebaseerd op recente wetenschappelijke inzichten

© Copyright HondenKennisCentrum.nl.

Overname van teksten en afbeeldingen is niet toegestaan!

Het delen van links op sociale media of websites wordt erg op prijs gesteld.

Aangeleerde hulpeloosheid

In 2014 organiseerde Turid Rugaas een hondensymposium in Oslo. Daar gaf neuroloog dr. Jenny Nyberg een lezing over het plastische brein, waarin zij sprak over ‘aangeleerde hulpeloosheid’ bij honden. In de medische en wetenschappelijke wereld is aangeleerde hulpeloosheid een aandoening, het is een vorm van angst en depressie, een ziekte. Maar sommige kringen in de hondenwereld zien dit als een oplossing voor gedragsproblemen of als een vorm van therapie. Uit dit verhaal blijkt dat de charlatans in de hondenwereld, die zich ten onrechte hondenpsychologen noemen, meer kwaad dan goed doen bij honden. Hun trainingen hebben zeer ernstige negatieve gevolgen voor honden.

 

Dr. Jenny Nyberg is een arts in de neurowetenschappen en werkt aan het Instituut voor Neurowetenschappen en Fysiologie, Sahlgrenska Academie, Universiteit van Göteborg in Zweden. Tegenwoordig doet zijn onderzoek naar plasticiteit van de hersenen en hoe de hersenen worden beïnvloed door bijvoorbeeld lichaamsbeweging en verrijkte omgevingen. Naast haar werk op de universiteit is ze ook hondentrainster.

 

Het flexibele brein

Hersenen hebben het vermogen om zich aan te passen aan de omgeving, zowel bij mensen als bij dieren. Aangeleerde hulpeloosheid, waar dit artikel over gaat, is een bijzonder voorbeeld van dit aanpassingsvermogen. De hersenen van honden en mensen komen erg overeen. Uiteraard zijn er ook verschillen; honden hebben meer hersengebieden die gebruikt worden voor de reuk, dit alfactorische systeem is bij de honden meer geëvolueerd dan bij de mens. Echter heeft de mens meer visuele verwerkingsruimten en een meer ontwikkelde prefrontale cortex, het deel van de hersenen die betrokken is bij hogere cognitieve taken

 

De werkelijke structuur van de hersenen verandert afhankelijk van wat we doen in ons leven en wat we ervaren, in welke milieu we leven, en de druk die de omgeving op ons uitoefent. Naast veranderingen op moleculair niveau, kunnen er ook veranderingen optreden op het fysieke niveau, bijvoorbeeld door herverdeling van de bloedtoevoer naar hersendelen die het meest nodig hebben.

 

Het ontstaan van nieuwe zenuwcellen bij volwassen en de hippocampus

Nog niet zolang weet men dat er in de hersenen van volwassenen nieuwe neuronen kunnen worden aangemaakt, daarvoor werd aangenomen dat nadat iemand werd geboren alleen maar hersencellen afstierven en dat ze voor altijd verdwenen waren. Tegenwoordig weten we dat er in ons hele leven hersencellen worden aangemaakt in de hippocampus.De werkelijke structuur van de hersenen verandert afhankelijk van wat we doen in ons leven en wat we ervaren, in welke milieu we leven, en de druk die de omgeving op ons uitoefent. Naast veranderingen op moleculair niveau, kunnen er ook veranderingen optreden op het fysieke niveau, bijvoorbeeld door herverdeling van de bloedtoevoer naar hersendelen die het meest nodig hebben.

 

De hippocampus is een portier voor het geheugen. Het bepaalt wat er wel in het geheugen bewaard wordt en wat niet. Hoe meer hersencellen er worden geproduceerd in de hippocampus, hoe beter het individu kan leren en kan onthouden. De hippocampus is betrokken bij het lange-termijn geheugen en het korte-termijn geheugen, maar beslist wat er bewaard moet worden in het lange termijngeheugen. Als een dier letsel heeft opgelopen aan de hippocampus, zal hij of zij alles kunnen herinneren wat er is gebeurd voordat het letsel is ontstaan, maar zal moeilijk dingen kunnen onthouden die na het ontstaan van het letsel zijn gebeurd. Op korte termijn (een paar seconden of minuten) kunnen ze zich wel dingen herinneren, maar op lange termijn vergeten ze alles. Dit is belangrijk om te weten als je werkt met honden die zijn getraumatiseerd, die kunnen dingen alleen maar een korte tijd onthouden en dan is het plotseling verdwenen uit het geheugen.

 

De hippocampus is een portier voor het geheugen.

Het bepaalt wat er wel in het geheugen bewaard wordt en wat niet. Hoe meer hersencellen er worden geproduceerd in de hippocampus, hoe beter het individu kan leren en kan onthouden. De hippocampus is betrokken bij het lange-termijn geheugen en het korte-termijn geheugen, maar beslist wat er bewaard moet worden in het lange termijngeheugen. Als een dier letsel heeft opgelopen aan de hippocampus, zal hij of zij alles kunnen herinneren wat er is gebeurd voordat het letsel is ontstaan, maar zal moeilijk dingen kunnen onthouden die na het ontstaan van het letsel zijn gebeurd. Op korte termijn (een paar seconden of minuten) kunnen ze zich wel dingen herinneren, maar op lange termijn vergeten ze alles. Dit is belangrijk om te weten als je werkt met honden die zijn getraumatiseerd, die kunnen dingen alleen maar een korte tijd onthouden en dan is het plotseling verdwenen uit het geheugen.

 

Wanneer we al deze processen uitvoeren – informatie verzamelen, het geheugen vormen, opslaan en weer ophalen – dan verandert de structuur van de hersenen. Maar ons geheugen is niet onveranderlijk, elke keer als we informatie opslaan en later weer gebruiken, is het een totale nieuwe herinnering. Elke keer als er nieuwe dingen in het geheugen worden opgeslagen, dan wordt het geheugen uit elkaar gehaald en wordt weer opnieuw opgebouwd. Dit alles wordt beïnvloed door wat wij tussentijds hebben meegemaakt, hoe wij ons voelen en wat wij geleerd hebben etc. Dit is ook de reden dat ons geheugen niet altijd even betrouwbaar is en getuigen voor de rechter niet altijd even betrouwbaar zijn. Elk individu kan echt in zijn herinneringen geloven, bijvoorbeeld dat de misdadiger een rode hoed op had, terwijl dit in werkelijkheid een blauwe muts was.

 

Aangeleerde hulpeloosheid

Een vorm van plasticiteit van het brein is aangeleerde hulpeloosheid. Dit is een aangeleerd gedrag wanneer een dier leert passief te zijn nadat het in een negatieve situatie of stressvolle omstandigheid is gekomen die het niet kon beheersen. Het dier leert dat het geen zin heeft hiertegen op te treden of proberen te ontsnappen aan de situatie. Zelfs al zou het dier wel de mogelijkheid hebben om aan de situatie te ontsnappen, dan zou hij het niet proberen omdat zijn gedrag passief is.

 

In de medische wereld ziet men aangeleerde hulpeloosheid als een ziekte, een aandoening, maar in hondenkringen ziet men dit soms heel anders. Aangeleerde hulpeloosheid is een depressie, een angstmodel. Voor medische onderzoeken gebruikt men ratten die men zo behandelt dat zij aangeleerde hulpeloosheid krijgen of zich zo gaan gedragen. Vervolgens kan men op die ratten medicijnen uitproberen, zoals een antidepressivum om te kijken of het werkt. Aangeleerde hulpeloosheid is dus niet iets wat je wilt, het is een aandoening die je wilt behandelen.

 

 

Maar in de hondentraining zijn er methodes of therapieën die aangeleerde hulpeloosheid zien als een manier van trainen. Daar wordt het niet als een ziekte beschouwd. Daar wordt aangeleerde hulpeloosheid aangezien als het hebben van een rustige en relaxte hond die braaf en gehoorzaam is, of als een hond die zich heeft overgegeven en onderdanigheid toont. Er wordt daar totaal anders naar gekeken dan de medische wereld die het zien als een ziekte, als een aandoening. Eenzelfde gedrag wordt dus door verschillende groepen anders uitgelegd. Veel hondentrainers of eigenaren doen dit met hun hond omdat ze eerder te horen hebben gekregen dat het zo moet, zonder dat zij beseffen wat er werkelijk met de dieren gebeurt.

 

Experimenten met ratten

In 1967 publiceerde de Amerikaanse psycholoog Seligman resultaten van proeven met ratten. In deze proeven kregen ratten elektrische schokken. Het ene dier had de mogelijkheid om deze schokken te bekorten door op een knop te drukken, het andere dier had daar geen invloed op. Voor beide dieren stopte de schok wanneer het ene dier op de knop drukte. Het dier dat de schokken zelf niet kon stoppen, had een veel slechtere gezondheid.

 

Het dier dat geen invloed kon uitoefenen op de schokken was op den duur ook niet meer in staat te leren. Later werden de beide dieren in een zogenaamde shuttle-box gezet, dit was een kooi die in tweeën was verdeeld door een lage afscheiding. Aan de ene helft werden elektrische schokken toegediend, dieren konden deze schokken ontwijken door over de lage afscheiding te springen. Het ene dier dat in het eerste experiment controle had over de schokken, leerde snel om de schokken in het nieuwe experiment te ontlopen door over de afscheiding te springen. Het andere dier deed dat niet, ondanks dat dit dier zwaar te leiden had onder de schokken, ondernam deze niets om deze schokken te ontlopen. Dit dier heeft geleerd om passief en hulpeloos te zijn, dit dier heeft in het eerste experiment de aandoening aangeleerde hulpeloosheid opgelopen.Maar in de hondentraining zijn er methodes of therapieën die aangeleerde hulpeloosheid zien als een manier van trainen. Daar wordt het niet als een ziekte beschouwd. Daar wordt aangeleerde hulpeloosheid aangezien als het hebben van een rustige en relaxte hond die braaf en gehoorzaam is, of als een hond die zich heeft overgegeven en onderdanigheid toont. Er wordt daar totaal anders naar gekeken dan de medische wereld die het zien als een ziekte, als een aandoening. Eenzelfde gedrag wordt dus door verschillende groepen anders uitgelegd. Veel hondentrainers of eigenaren doen dit met hun hond omdat ze eerder te horen hebben gekregen dat het zo moet, zonder dat zij beseffen wat er werkelijk met de dieren gebeurt.

 

Veranderingen in de hersenen

Aangeleerde hulpeloosheid veroorzaakt veranderingen in de hersenen - structurele veranderingen, chemische veranderingen, het afsterven van hersencellen in bepaalde gebieden, verminderde functie van de hippocampus en beperkt de mogelijkheid om nieuwe dingen te leren, en veranderde geheugenfuncties. Het verhoogt ook de angst. Deze dieren zijn meestal veel banger voor normale objecten of nieuwe situaties. Bijvoorbeeld, een rat verkent normaal gesproken zijn omgeving, als er een nieuw object bij de rat in de kooi wordt gezet, dan zullen zij er aan gaan ruiken en het verkennen. Dieren die aangeleerde hulpeloosheid hebben, blijven in de hoek zitten, zij zullen geen poging doen om nieuwe dingen te gaan verkennen. Dit geldt ook met andere dieren.

 

Door middel van experimenten zijn de bijwerkingen van aangeleerde hulpeloosheid onderzocht. Daarbij zijn de effecten op serotonine, noradrenaline (deze neurotransmitters ook zijn betrokken bij syndromen zoals ADHD en OCD) en dopamine, deze is betrokken bij het beloningssysteem. Wanneer een dier een verminderd beloningssysteem of te weinig dopamine heeft, dan werkt het beloningssysteem niet zoals het hoort. Een dier zal een traktatie accepteren, zal het eten en er zelfs van genieten, maar zal nooit een poging doen om te proberen de beloning opnieuw te krijgen. Het is daarom heel moeilijk werken met honden die dit hebben. Dieren met lagere dopamine niveaus door aangeleerde hulpeloosheid reageren eerder met agressie, zijn minder gemotiveerd, zijn minder geconcentreerd en hebben minder plezier. Er gebeuren dus meer dingen in de hersenen dan aangeleerde hulpeloosheid, er gebeurt meer dan het eenvoudig waar te nemen passief gedrag dat wij kunnen zien.

 

Conclusie

Aangeleerde hulpeloosheid schaadt de hippocampus, zorgt er zelfs voor dat hersencellen afsterven en heeft grote invloed op het leren en het geheugen. Hieruit kan men concluderen dat hondentrainers met een harde aanpak juist het tegenovergestelde bereiken dat zij willen. Uit onderzoeken is gebleken dat honden die uitsluitend beloningsgericht getraind worden, sneller nieuwe dingen kunnen aanleren. Zelfs veel beter dan honden die getraind worden in combinatie van beloningsgerichte- en aversietrainingen. Dus het verhaal dat het bij sommige honden wel eens nodig zou zijn om ze ‘hard aan te pakken’ klopt dus niet.

 

Uit dit verhaal blijkt dat het afleren van probleemgedrag d.m.v. dwang en straf ernstige psychische gevolgen kunnen hebben. Helaas zijn veel hondentrainers zich hier niet van bewust, zij zien de effecten op hun training vaak als een oplossing, maar al te vaak hoor je een bekende hondentrainer op tv in zijn shows verklaren dat de hond na zijn harde aanpak zich heeft overgegeven en zich ontspant. Van ontspanning is zeker geen sprake, de hond kon zich niet onttrekken aan de extreem stressvolle situatie die veroorzaakt werd door de harde trainingsmethode en had geen andere mogelijkheid om zich passief te gedragen. Deze omstandigheden kunnen er vrij gemakkelijk voor zorgen dat er permanente veranderingen optreden in de structuur van de hersenen. Met gevolg aangeleerde hulpeloosheid, een psychische aandoening.

 

Niet alles is reddeloos. Met een goede moderne therapie (positieve hondentraining) kunnen honden met posttraumatische stress en aangeleerde hulpeloosheid weer veranderen in gelukkige, ontspannen en goed functionerende honden. Maar dit zal een langdurig proces zijn. Voorkomen is beter dan genezen. Dit kan men voorkomen door uitsluitend positief te trainen.

 

Tekst: Martin Reuvekamp

Beheerder: Honden Kennis Centrum

 

Artikelen met aanvullende informatie:

 

Aangeleerde hulpeloosheid
De psychologie van de hond
Honden sneller laten leren
Dit is de hond
Oog voor honden
Volg honden kennis centrum op Twitter
Hondenboeken aanbevolen door het Honden Kennis Centrum
GPS tracker voor hond of kat